Samenvatting
Vernetten, in de Angelsaksische literatuur aangeduid met crosslinken, van elastomeren is
noodzakelijk om typische rubbereigenschappen zoals hoge elasticiteit, taaiheid en
oplosmiddelresistentie te verkrijgen. De belangrijkste industriële technieken hiervoor, zijnde
zwavel en peroxide vulkanisatie, resulteren in de vorming van permanente chemische crosslinks.
Dit verhindert (her)verwerking in de smelt na crosslinken en zorgt voor tijdrovende en relatief dure
productieprocessen. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van thermoplastische elastomeren (TPEs);
materialen die rubbereigenschappen combineren met de verwerkbaarheid van thermoplasten. TPEs
zijn gebaseerd op thermo-reversibele crosslinks, welke zich gedragen als permanente crosslinks bij
de gebruikstemperatuur, maar verzwakken of verdwijnen bij hogere temperaturen. Dit maakt het
gebruik van technieken als extruderen en spuitgieten mogelijk.
Het hoofddoel van dit proefschrift is het vergelijken van verschillende methoden om hetzelfde
basismateriaal thermo-reversibel te crosslinken, namelijk een etheen-propeen co-polymeer met
daarop geënte malëinezuur anhydride groepen (MAn-g-EPM). De bestudeerde methoden zijn
ionische interacties, (meervoudige) waterstofbruggen en covalente crosslinks. De relaties tussen de
structuur, de eigenschappen en de verwerkbaarheid zijn onderzocht om te bepalen voor welke
crosslink methode(n) de beste balans tussen eigenschappen en verwerkbaarheid verkregen wordt.
De bestudeerde materialen zijn op laboratoriumschaal gemaakt via een oplosmiddelroute om goed
gedefinieerde en homogeen gecrosslinkte materialen te verkrijgen. Er zijn geen additieven zoals
olie en versterkende vulstoffen toegevoegd om de analyse zo eenduidig mogelijk te houden.
Kleine-hoek Röntgenverstrooiing (SAXS) heeft aangetoond dat het grote verschil in polariteit
tussen de anhydride groepen en de EPM ketendelen resulteert in de vorming van kleine
fasegescheiden aggregaten voor het uitgangsmateriaal (MAn-g-EPM). Deze aggregaten gedragen
zich als multifunctionele fysische crosslinks en verhogen de netwerkdichtheid in vergelijking met
EPM. De aggregaten blijven intact na crosslinken met elke onderzochte crosslink methode.
Dynamische mechanische thermische analyse (DMTA) heeft aangetoond dat de netwerkdichtheid
niet verandert na crosslinken, wat aangeeft dat de crosslinks alleen in de aggregaten gevormd
worden. De aggregaten worden sterker door het crosslinken en houden stand tot hogere
temperaturen in vergelijking met het uitgangsmateriaal MAn-g-EPM.
Ionische interacties met metaal kationen zijn verkregen na neutralisatie van gehydrolyseerd MAn-g-
EPM met kalium (K) en zink (Zn) acetaat, resulterend in ionomeren met di-carboxylaat
functionaliteiten. Het type metaal kation heeft een belangrijke invloed op de uiteindelijke structuur,
omdat de specifieke coördinatie van zink met di-carboxylaten voor een relatief slecht gedefinieerde
aggregaatstructuur zorgt. De treksterkte, de rek bij breuk en de elasticiteit verbeteren met
toenemende neutralisatiegraad en zijn veel beter voor K-ionomeren dan voor Zn-ionomeren.
Ionomeren met relatief zwakke ammonium kationen zijn gemaakt door neutralisatie met tertiaire
amines en hebben slechtere rubbereigenschappen dan de K- en Zn-ionomeren.
Amide-zuren, die waterstofbruggen kunnen vormen, zijn gemaakt via de reactie van MAn-g-EPM
met een equimolaire hoeveelheid primaire amine. Een overmaat amine resulteert in de vorming van
amide-zouten die waterstofbruggen combineren met ionische interacties. De treksterkte en de
elasticiteit zijn enigszins verbeterd voor de amide-zuren ten opzichte van MAn-g-EPM, maar
worden pas significant beter voor de amide-zouten, vanwege de additionele ionische interacties. De
materialen kunnen meerdere malen geperst worden bij 80 ºC, terwijl temperaturen hoger dan 120 ºC
vermeden moeten worden in verband met irreversibele imide vorming.
Verschillende meervoudige waterstofbruggen, d.w.z. imide-diaminopyridine, triazol, imidazolidon,
(bis)ureum en 2-ureido-4-pyrimidon (UPy) groepen, zijn geïntroduceerd in MAn-g-EPM en zijn
vergeleken met "niet-georganiseerde" waterstofbruggen (o.a. de amide-zuren en het
gehydrolyseerde MAn-g-EPM). Het type (meervoudige) waterstofbrug heeft een grote invloed op
de uiteindelijke rubbereigenschappen, die verbeteren in de volgorde: MAn-g-EPM <"nietgeorganiseerd"
| Originele taal-2 | Engels |
|---|---|
| Kwalificatie | Doctor in de Filosofie |
| Toekennende instantie |
|
| Begeleider(s)/adviseur |
|
| Datum van toekenning | 4 okt. 2007 |
| Plaats van publicatie | Eindhoven |
| Uitgever | |
| Gedrukte ISBN's | 978-90-386-1106-8 |
| DOI's | |
| Status | Gepubliceerd - 2007 |
Vingerafdruk
Duik in de onderzoeksthema's van 'Thermoreversible cross-linking of elastomers : a comparative study between ionic interactions, hydrogen bonding and covalent cross-links'. Samen vormen ze een unieke vingerafdruk.Citeer dit
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver