Naar een nieuwe houtskeletbouwwijze : van wereldbeeld tot bouwmethode; bijdrage tot humaan-ecologisch bouwen

F.M.G.A.A. Medts, De

Onderzoeksoutput: ScriptieDissertatie 1 (Onderzoek TU/e / Promotie TU/e)

410 Downloads (Pure)

Samenvatting

Het ecologisch bewustzijn, de economische druk, de menselijke vrijheid, vragen zowel naar rationalisatie in het bouwen als naar maximaal flexibel wonen. Welke de inzichten zijn die ons tot een flexibele bouwwijze verplichten en welke de inzichten zijn die bij een dergelijke bouwwijze moeten worden geïntegreerd, opdat onder andere poëtische architectuur mogelijk wordt en duurzaam bouwen bevorderd wordt, op deze vragen tracht het proefschrift antwoord te geven. Archtitecten en constructeurs als Otto, Fuller en Gaudi hebben bijvoorbeeld elk hun specifieke bouwwijze ontwikkeld, waarbij een belangrijke gemeenschappelijke noemer tot uiting kwam: het minimumbeginsel. De minimaaloppervlakken bij Frei Otto, de vakwerkconstructies bij Buckminster Fuller - waarnaar het C-60 molecuul ‘Buckminsterfullereen’ werd genoemd - en de kettinglijnconstructies bij Antonio Gaudi, maken dit duidelijk. De natuur zelf maakt ons reeds wegwijs in het totstandkomen van optimale vormen en geeft ons aldus een leidraad voor het ontwerpen van zinvolle af/bouwtechnische constructies. Verrassend is de vaststelling dat er een subtiele sleutel is, die een relatie legt tussen de groei en ontwikkeling van natuurlijke constructies en de manier waarop complex adaptieve systemen functioneren, zoals bij alle levende wezens, namelijk langs identificatie van regelmatigheden. De sleutel blijkt een minimumbeginsel te zijn. De subtiliteit ligt in het feit dat zo’n minimumbeginsel zowel aan de basis kan liggen van de quantisatie in de natuur, de regelmatigheid in de zin van een kleinste werking of actie die ten slotte een optimale vorm doet ontstaan, als verantwoordelijk kan zijn voor de enorme biodiversiteit en tenslotte voor de culturele verschillen en aldus voor het belang van aangepaste en regiogebonden verblijven voor levende wezens. Om tot een verantwoorde bouwwijze te komen, worden in een eerste deel de algemene grondslagen voor nieuwe bouwwijzen ontwikkeld. Hiervoor wordt ‘het minimumbeginsel in de natuur’ behandeld en vervolgens het begrip ‘complex adaptief systeem’. Met deze inzichten wordt een nieuw ‘wereldbeeld’ opgebouwd dat ondersteunend werkt voor het ontwikkelen van nieuwe bouwwijzen. In een tweede deel wordt, op basis van dit nieuw wereldbeeld een nieuwe bouwwijze voor hout en houtachtige materialen voorgesteld. Deze bestaat er vooral in, mede dankzij inspiraties vanuit verschillende disciplines, een ‘open detail’ te ontwikkelen, met als doel de ontwerpflexibiliteit te bevorderen en toch de kosten laag te houden. De openheid van deze bouwknoop (de kern van dit onderzoek) laat het ontwikkelen van bouwstructuren toe, waarbij de ontwerpvrijheid vooral wordt mogelijk gemaakt door de bouwwijze zelf en niet zozeer door het aantal type-elementen die opgenomen zijn binnen het systeem. De klemtoon wordt gelegd op het toepasbaar zijn voor zowel rechtlijnig als gebogen vormverloop en op een humaan ecologische bouwtechnologie voor een duurzame ontwikkeling. Het proefschrift wordt afgerond met praktijktoepassingen die tevens als validatie van de ontwikkelde bouwwijze dienen. De overigens op Europees niveau geoctrooieerde houtskeletbouwwijze, integreert als belangrijkste troef ‘eenvoud’ als een constructief resultaat, waarmee echter aan heel complexe en variabele eisenpakketten kan voldaan worden.
Originele taal-2Nederlands
KwalificatieDoctor in de Filosofie
Toekennende instantie
  • Built Environment
Begeleider(s)/adviseur
  • Schmid, P, Promotor
  • De Roeck, G., Promotor, Externe Persoon
Datum van toekenning29 jun 2006
Plaats van publicatieEindhoven
Uitgever
Gedrukte ISBN's90-6814-593-2
DOI's
StatusGepubliceerd - 2006

Bibliografische nota

Proefschrift.

Citeer dit