Samenvatting
De Nobelprijswinnaars Martin en Synge beschreven in 1941 (1) de principiële mogelijkheid van een scheidingsmethode berustend op de verdeling van monsterkomponenten tussen een mobiele gasfase en een stationaire vaste of vloeibare fase.
De eerste gaschromatogratische experimenten werden pas in 1952 door Martin en James (2) beschreven: de scheiding van vluchtige vetzuren gevolgd door titrimetrische detectie van de gescheiden komponenten. Hiermee deed de gaschromatografie zijn intrede.
Sindsdien heeft deze scheidingstechniek zich exponentieel ontwikkeld, het aantal
publicaties schommelt om ± 2500 per jaar. Gaschromatogratie is primair een scheidingsmethode met een zeer hoog scheidingsrendement. De methode kan toegepast worden op aile stoffen die in de dampfase gebracht kunnen worden zonder hierbij te ontleden. Tevens op die niet vluchtige stoffen, die reproduceerbaar ontleden onder vorming van gasvormige produkten of die door gegeven chemische reakties omgezet kunnen worden in komponenten met de voor gaschromatogratie vereiste eigenschappen. De resultaten die verkregen worden, geven zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie
over het monster. De benodigde hoeveelheid monster ligt tussen 10.15 en ongeveer 1
gram.
| Originele taal-2 | Nederlands |
|---|---|
| Pagina's (van-tot) | 10-15 |
| Aantal pagina's | 6 |
| Tijdschrift | Chromatografie |
| Volume | 1985 |
| Nummer van het tijdschrift | maart |
| Status | Gepubliceerd - 1985 |
Citeer dit
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver