Disruptieve technologie vanuit een Foucauldiaans denkkader

Onderzoeksoutput: Andere bijdrageOverige bijdragePopulair

Uittreksel

In deze bijdrage willen we nagaan of en in hoeverre het door Foucault ontwikkelde begrippenapparaat op het gebied van kennis-machtcomplexen, bestuurlijkheid en waarheidsspreken ingezet kan worden om het (geclaimde) revolutionaire karakter van technologische innovaties te verhelderen. We zullen hierbij in eerste instantie Foucaults ambivalente houding ten opzichte van het concept ‘revolutie’ nader toelichten. Volgens sommige commentatoren maakt Foucaults begrippenapparaat – dat volgens een bepaalde interpretatie zou stellen dat ‘macht overal is’ – een revolutie vanuit een vrijheidsgedachte onmogelijk (zie bvb. Lukes, 2005). Tevens wordt gewezen op Foucaults negatieve ervaringen in de Iraanse islamitische revolutie van 1979 (Foucault sprak aanvankelijk zijn steun uit voor de revolutionaire volgelingen van Ayatollah Khomeini) om zijn (vermeende) daaropvolgende afwijzing van elke revolutionaire gedachte te verklaren. In onze bijdrage zullen we zowel Foucaults normatieve houding ten opzichte van de revolutionaire gedachte (‘is een revolutie wenselijk?’) als zijn meer empirische stellingname (‘is een revolutie mogelijk?’) aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Vervolgens zullen we de relevantie van Foucaults begrippenapparaat onderzoeken bij de analyse van technologische innovaties. We richten onze aandacht daarbij vooral op de betekenis van het begrip ‘bestuurlijkheid’ voor het technologische innovatieproces en de rol van humane wetenschappers (sociologen, ethici) als ‘waarheidssprekers’ hierin.
TaalNederlands
Mijlpalentype toekennenOZSW Vlaams Nederlandse Dag van de Filosofie
StatusGepubliceerd - 13 okt 2018

Bibliografische nota

https://www.ozsw.nl/activity/38th-dutch-flemish-day-of-philosophy/

Citeer dit

@misc{ed999a305d5f42de9d26dc42c7e7eab9,
title = "Disruptieve technologie vanuit een Foucauldiaans denkkader",
abstract = "In deze bijdrage willen we nagaan of en in hoeverre het door Foucault ontwikkelde begrippenapparaat op het gebied van kennis-machtcomplexen, bestuurlijkheid en waarheidsspreken ingezet kan worden om het (geclaimde) revolutionaire karakter van technologische innovaties te verhelderen. We zullen hierbij in eerste instantie Foucaults ambivalente houding ten opzichte van het concept ‘revolutie’ nader toelichten. Volgens sommige commentatoren maakt Foucaults begrippenapparaat – dat volgens een bepaalde interpretatie zou stellen dat ‘macht overal is’ – een revolutie vanuit een vrijheidsgedachte onmogelijk (zie bvb. Lukes, 2005). Tevens wordt gewezen op Foucaults negatieve ervaringen in de Iraanse islamitische revolutie van 1979 (Foucault sprak aanvankelijk zijn steun uit voor de revolutionaire volgelingen van Ayatollah Khomeini) om zijn (vermeende) daaropvolgende afwijzing van elke revolutionaire gedachte te verklaren. In onze bijdrage zullen we zowel Foucaults normatieve houding ten opzichte van de revolutionaire gedachte (‘is een revolutie wenselijk?’) als zijn meer empirische stellingname (‘is een revolutie mogelijk?’) aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Vervolgens zullen we de relevantie van Foucaults begrippenapparaat onderzoeken bij de analyse van technologische innovaties. We richten onze aandacht daarbij vooral op de betekenis van het begrip ‘bestuurlijkheid’ voor het technologische innovatieproces en de rol van humane wetenschappers (sociologen, ethici) als ‘waarheidssprekers’ hierin.",
author = "E.J.W. Laes and G.J.T. Bombaerts",
note = "https://www.ozsw.nl/activity/38th-dutch-flemish-day-of-philosophy/",
year = "2018",
month = "10",
day = "13",
language = "Nederlands",
type = "Other",

}

Disruptieve technologie vanuit een Foucauldiaans denkkader. / Laes, E.J.W.; Bombaerts, G.J.T.

2018, OZSW Vlaams Nederlandse Dag van de Filosofie.

Onderzoeksoutput: Andere bijdrageOverige bijdragePopulair

TY - GEN

T1 - Disruptieve technologie vanuit een Foucauldiaans denkkader

AU - Laes,E.J.W.

AU - Bombaerts,G.J.T.

N1 - https://www.ozsw.nl/activity/38th-dutch-flemish-day-of-philosophy/

PY - 2018/10/13

Y1 - 2018/10/13

N2 - In deze bijdrage willen we nagaan of en in hoeverre het door Foucault ontwikkelde begrippenapparaat op het gebied van kennis-machtcomplexen, bestuurlijkheid en waarheidsspreken ingezet kan worden om het (geclaimde) revolutionaire karakter van technologische innovaties te verhelderen. We zullen hierbij in eerste instantie Foucaults ambivalente houding ten opzichte van het concept ‘revolutie’ nader toelichten. Volgens sommige commentatoren maakt Foucaults begrippenapparaat – dat volgens een bepaalde interpretatie zou stellen dat ‘macht overal is’ – een revolutie vanuit een vrijheidsgedachte onmogelijk (zie bvb. Lukes, 2005). Tevens wordt gewezen op Foucaults negatieve ervaringen in de Iraanse islamitische revolutie van 1979 (Foucault sprak aanvankelijk zijn steun uit voor de revolutionaire volgelingen van Ayatollah Khomeini) om zijn (vermeende) daaropvolgende afwijzing van elke revolutionaire gedachte te verklaren. In onze bijdrage zullen we zowel Foucaults normatieve houding ten opzichte van de revolutionaire gedachte (‘is een revolutie wenselijk?’) als zijn meer empirische stellingname (‘is een revolutie mogelijk?’) aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Vervolgens zullen we de relevantie van Foucaults begrippenapparaat onderzoeken bij de analyse van technologische innovaties. We richten onze aandacht daarbij vooral op de betekenis van het begrip ‘bestuurlijkheid’ voor het technologische innovatieproces en de rol van humane wetenschappers (sociologen, ethici) als ‘waarheidssprekers’ hierin.

AB - In deze bijdrage willen we nagaan of en in hoeverre het door Foucault ontwikkelde begrippenapparaat op het gebied van kennis-machtcomplexen, bestuurlijkheid en waarheidsspreken ingezet kan worden om het (geclaimde) revolutionaire karakter van technologische innovaties te verhelderen. We zullen hierbij in eerste instantie Foucaults ambivalente houding ten opzichte van het concept ‘revolutie’ nader toelichten. Volgens sommige commentatoren maakt Foucaults begrippenapparaat – dat volgens een bepaalde interpretatie zou stellen dat ‘macht overal is’ – een revolutie vanuit een vrijheidsgedachte onmogelijk (zie bvb. Lukes, 2005). Tevens wordt gewezen op Foucaults negatieve ervaringen in de Iraanse islamitische revolutie van 1979 (Foucault sprak aanvankelijk zijn steun uit voor de revolutionaire volgelingen van Ayatollah Khomeini) om zijn (vermeende) daaropvolgende afwijzing van elke revolutionaire gedachte te verklaren. In onze bijdrage zullen we zowel Foucaults normatieve houding ten opzichte van de revolutionaire gedachte (‘is een revolutie wenselijk?’) als zijn meer empirische stellingname (‘is een revolutie mogelijk?’) aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Vervolgens zullen we de relevantie van Foucaults begrippenapparaat onderzoeken bij de analyse van technologische innovaties. We richten onze aandacht daarbij vooral op de betekenis van het begrip ‘bestuurlijkheid’ voor het technologische innovatieproces en de rol van humane wetenschappers (sociologen, ethici) als ‘waarheidssprekers’ hierin.

M3 - Overige bijdrage

ER -