De invloed van het orkest op de akoestiek van de podiumomgeving

R.H.C. Wenmaekers, C.C.J.M. Hak, L.C.J. Luxemburg, van

Onderzoeksoutput: Hoofdstuk in Boek/Rapport/CongresprocedureConferentiebijdrageAcademic

32 Downloads (Pure)

Uittreksel

Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de akoestische eigenschappen van een podiumomgeving van invloed zijn op de speelcondities van een symfonieorkest. Om de akoestiek op een podium op een objectieve wijze te meten en beoordelen zijn verschillende parameters voorgesteld. Enkele parameters zijn gerelateerd aan de perceptie van galm, zoals RT en EDT. Daarnaast zijn er parameters voorgesteld die de ondersteuning beschrijven van vroege reflecties die nodig zijn voor samenspel, zoals de STearly, EEL, G7-50 en G5-80. Andere parameters beschrijven de ondersteuning van het spel vanuit de zaal, zoals de STlate, CS, en Glate. Een combinatie van deze parameters is samengevat in de LQ7-40 die de verhouding tussen vroeg gereflecteerd en laat gereflecteerd geluid beschrijft. In het algemeen kan worden gesteld dat de meeste parameters weinig van elkaar verschillen. Het is vaak onpraktisch om akoestische metingen uit te voeren met een orkest op het podium. De parameters worden daarom vaak gemeten op een podium zonder orkest, bij voorkeur met stoelen en lessenaars. De geldigheid van deze meetmethode wordt hierdoor vaak ter discussie gesteld. Het orkest zelf heeft namelijk een grote invloed op de verschillende objectieve parameters. Daarnaast is er onduidelijkheid over de geldigheid van de voorgestelde tijdsintervallen gebruikt in de parameterformules. Mogelijk wordt onder andere om deze redenen in veel onderzoeken een lage correlatie gevonden tussen de objectieve parameters en subjectieve beoordelingen door musici en dirigenten. Aan de hand van verschillende objectieve parameters is in verschillende zalen de podiumakoestiek onderzocht. Hierbij is gekeken naar de invloed van de keuze voor tijdsintervallen op gemiddelde resultaten van de parameters Gx-y, Gy-inf en LQx-y. De resultaten van dit onderzoek zullen behandeld worden. Daarnaast zijn op enkele podia metingen verricht waarbij een orkest aanwezig was. Aan de hand van deze metingen is onderzocht wat de mogelijke invloed is van het orkest op de resultaten van enkele parameters. Er kan worden geconcludeerd dat het belangrijk is om naar een objectieve meetmethode te zoeken om de invloed van een orkest mee te nemen bij het beoordelen van de geluidoverdracht in bezette toestand.
Originele taal-2Nederlands
TitelNAG dag 24 november 2010
StatusGepubliceerd - 2010
Evenementconference; NAG dag 24 november 2010; 2010-11-24; 2010-11-24 -
Duur: 24 nov 201024 nov 2010

Congres

Congresconference; NAG dag 24 november 2010; 2010-11-24; 2010-11-24
Periode24/11/1024/11/10
AnderNAG dag 24 november 2010

Citeer dit

@inproceedings{a1afb233f1e14ba89450e093b4fe33f2,
title = "De invloed van het orkest op de akoestiek van de podiumomgeving",
abstract = "Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de akoestische eigenschappen van een podiumomgeving van invloed zijn op de speelcondities van een symfonieorkest. Om de akoestiek op een podium op een objectieve wijze te meten en beoordelen zijn verschillende parameters voorgesteld. Enkele parameters zijn gerelateerd aan de perceptie van galm, zoals RT en EDT. Daarnaast zijn er parameters voorgesteld die de ondersteuning beschrijven van vroege reflecties die nodig zijn voor samenspel, zoals de STearly, EEL, G7-50 en G5-80. Andere parameters beschrijven de ondersteuning van het spel vanuit de zaal, zoals de STlate, CS, en Glate. Een combinatie van deze parameters is samengevat in de LQ7-40 die de verhouding tussen vroeg gereflecteerd en laat gereflecteerd geluid beschrijft. In het algemeen kan worden gesteld dat de meeste parameters weinig van elkaar verschillen. Het is vaak onpraktisch om akoestische metingen uit te voeren met een orkest op het podium. De parameters worden daarom vaak gemeten op een podium zonder orkest, bij voorkeur met stoelen en lessenaars. De geldigheid van deze meetmethode wordt hierdoor vaak ter discussie gesteld. Het orkest zelf heeft namelijk een grote invloed op de verschillende objectieve parameters. Daarnaast is er onduidelijkheid over de geldigheid van de voorgestelde tijdsintervallen gebruikt in de parameterformules. Mogelijk wordt onder andere om deze redenen in veel onderzoeken een lage correlatie gevonden tussen de objectieve parameters en subjectieve beoordelingen door musici en dirigenten. Aan de hand van verschillende objectieve parameters is in verschillende zalen de podiumakoestiek onderzocht. Hierbij is gekeken naar de invloed van de keuze voor tijdsintervallen op gemiddelde resultaten van de parameters Gx-y, Gy-inf en LQx-y. De resultaten van dit onderzoek zullen behandeld worden. Daarnaast zijn op enkele podia metingen verricht waarbij een orkest aanwezig was. Aan de hand van deze metingen is onderzocht wat de mogelijke invloed is van het orkest op de resultaten van enkele parameters. Er kan worden geconcludeerd dat het belangrijk is om naar een objectieve meetmethode te zoeken om de invloed van een orkest mee te nemen bij het beoordelen van de geluidoverdracht in bezette toestand.",
author = "R.H.C. Wenmaekers and C.C.J.M. Hak and {Luxemburg, van}, L.C.J.",
year = "2010",
language = "Nederlands",
booktitle = "NAG dag 24 november 2010",

}

Wenmaekers, RHC, Hak, CCJM & Luxemburg, van, LCJ 2010, De invloed van het orkest op de akoestiek van de podiumomgeving. in NAG dag 24 november 2010., 24/11/10.

De invloed van het orkest op de akoestiek van de podiumomgeving. / Wenmaekers, R.H.C.; Hak, C.C.J.M.; Luxemburg, van, L.C.J.

NAG dag 24 november 2010. 2010.

Onderzoeksoutput: Hoofdstuk in Boek/Rapport/CongresprocedureConferentiebijdrageAcademic

TY - GEN

T1 - De invloed van het orkest op de akoestiek van de podiumomgeving

AU - Wenmaekers, R.H.C.

AU - Hak, C.C.J.M.

AU - Luxemburg, van, L.C.J.

PY - 2010

Y1 - 2010

N2 - Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de akoestische eigenschappen van een podiumomgeving van invloed zijn op de speelcondities van een symfonieorkest. Om de akoestiek op een podium op een objectieve wijze te meten en beoordelen zijn verschillende parameters voorgesteld. Enkele parameters zijn gerelateerd aan de perceptie van galm, zoals RT en EDT. Daarnaast zijn er parameters voorgesteld die de ondersteuning beschrijven van vroege reflecties die nodig zijn voor samenspel, zoals de STearly, EEL, G7-50 en G5-80. Andere parameters beschrijven de ondersteuning van het spel vanuit de zaal, zoals de STlate, CS, en Glate. Een combinatie van deze parameters is samengevat in de LQ7-40 die de verhouding tussen vroeg gereflecteerd en laat gereflecteerd geluid beschrijft. In het algemeen kan worden gesteld dat de meeste parameters weinig van elkaar verschillen. Het is vaak onpraktisch om akoestische metingen uit te voeren met een orkest op het podium. De parameters worden daarom vaak gemeten op een podium zonder orkest, bij voorkeur met stoelen en lessenaars. De geldigheid van deze meetmethode wordt hierdoor vaak ter discussie gesteld. Het orkest zelf heeft namelijk een grote invloed op de verschillende objectieve parameters. Daarnaast is er onduidelijkheid over de geldigheid van de voorgestelde tijdsintervallen gebruikt in de parameterformules. Mogelijk wordt onder andere om deze redenen in veel onderzoeken een lage correlatie gevonden tussen de objectieve parameters en subjectieve beoordelingen door musici en dirigenten. Aan de hand van verschillende objectieve parameters is in verschillende zalen de podiumakoestiek onderzocht. Hierbij is gekeken naar de invloed van de keuze voor tijdsintervallen op gemiddelde resultaten van de parameters Gx-y, Gy-inf en LQx-y. De resultaten van dit onderzoek zullen behandeld worden. Daarnaast zijn op enkele podia metingen verricht waarbij een orkest aanwezig was. Aan de hand van deze metingen is onderzocht wat de mogelijke invloed is van het orkest op de resultaten van enkele parameters. Er kan worden geconcludeerd dat het belangrijk is om naar een objectieve meetmethode te zoeken om de invloed van een orkest mee te nemen bij het beoordelen van de geluidoverdracht in bezette toestand.

AB - Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de akoestische eigenschappen van een podiumomgeving van invloed zijn op de speelcondities van een symfonieorkest. Om de akoestiek op een podium op een objectieve wijze te meten en beoordelen zijn verschillende parameters voorgesteld. Enkele parameters zijn gerelateerd aan de perceptie van galm, zoals RT en EDT. Daarnaast zijn er parameters voorgesteld die de ondersteuning beschrijven van vroege reflecties die nodig zijn voor samenspel, zoals de STearly, EEL, G7-50 en G5-80. Andere parameters beschrijven de ondersteuning van het spel vanuit de zaal, zoals de STlate, CS, en Glate. Een combinatie van deze parameters is samengevat in de LQ7-40 die de verhouding tussen vroeg gereflecteerd en laat gereflecteerd geluid beschrijft. In het algemeen kan worden gesteld dat de meeste parameters weinig van elkaar verschillen. Het is vaak onpraktisch om akoestische metingen uit te voeren met een orkest op het podium. De parameters worden daarom vaak gemeten op een podium zonder orkest, bij voorkeur met stoelen en lessenaars. De geldigheid van deze meetmethode wordt hierdoor vaak ter discussie gesteld. Het orkest zelf heeft namelijk een grote invloed op de verschillende objectieve parameters. Daarnaast is er onduidelijkheid over de geldigheid van de voorgestelde tijdsintervallen gebruikt in de parameterformules. Mogelijk wordt onder andere om deze redenen in veel onderzoeken een lage correlatie gevonden tussen de objectieve parameters en subjectieve beoordelingen door musici en dirigenten. Aan de hand van verschillende objectieve parameters is in verschillende zalen de podiumakoestiek onderzocht. Hierbij is gekeken naar de invloed van de keuze voor tijdsintervallen op gemiddelde resultaten van de parameters Gx-y, Gy-inf en LQx-y. De resultaten van dit onderzoek zullen behandeld worden. Daarnaast zijn op enkele podia metingen verricht waarbij een orkest aanwezig was. Aan de hand van deze metingen is onderzocht wat de mogelijke invloed is van het orkest op de resultaten van enkele parameters. Er kan worden geconcludeerd dat het belangrijk is om naar een objectieve meetmethode te zoeken om de invloed van een orkest mee te nemen bij het beoordelen van de geluidoverdracht in bezette toestand.

M3 - Conferentiebijdrage

BT - NAG dag 24 november 2010

ER -