Pleasure based living: denken in woonconcepten

A.B.G. Kamminga, Technische Universiteit Eindhoven (TUE). Stan Ackermans Instituut. Architectural Design Management Systems (ADMS)

Research output: ThesisPd Eng Thesis

5 Downloads (Pure)

Abstract

Woningbouwverenigingen zijn van oudsher organisaties die zich richten op verhuur van wooneenheden. Hierin is de afgelopen jaren verandering in gekomen. De focus verschuift van de kwantiteit van woningen naar de kwaliteit van wonen. Daardoor vervullen de organisaties steeds meer taken binnen de volkshuisvesting. Voor SWS en Hhvl was dit één van de redenen om een fusie na te streven. Door de omvang van beide organisaties samen wordt het mogelijk om gebiedsgericht te werken, waarmee de kwaliteit van wonen gewaarborgd wordt.Een gevolg van de veranderende rol van de woningbouwverenging is dat het denken over verhuren van vastgoed verandert. Dit komt onder andere tot uiting in het hiervoor genoemde gebiedsgericht werken. Een ander punt is het nadenken over het inspelen op een veranderende behoefte aan te leveren woondiensten. Een woondienst beperkt zich daarbij niet alleen tot het aanbieden van een huurwoning, maar ook diensten ten aanzien van de woonomgeving, services of bijproducten vallen hieronder. Dit rapport gaat verder in op het inspringen op de veranderende behoefte. Specifiek wordt gekeken of woonconcepten hierbij een hulpmiddel kunnen zijn. Daarom wordt een denkkader ontwikkeld om woonconcepten te ontwikkelen en wordt gekeken of dit bij projectontwikkeling is toe te passen.Voordat het mogelijk is om woonconcepten te ontwikkelen, moet vastgesteld worden wat een woonconcept is. In het normale spraakgebruik blijkt dit begrip zeer divers te worden toegepast. De samenhang tussen al deze "definities" van het begrip concept blijkt te zijn dat er sprake is van een set (samenhangende) karakteristieken. Een woonconcept wordt daarom gedefinieerd als: "een specifieke, samenhangende invulling (configuratie) van bepaalde woonkarakteristieken (abstract, of concreet)."Om tot dergelijke concepten (configuraties van woonkarakteristieken) te komen, bestaan twee generieke mogelijkheden. Er kan van de vraagzijde, of van de aanbodszijde uitgegaan worden. Dit is vergelijkbaar met de termen market-pull en technology push uit de innovatiewetenschappen. In dit rapport wordt er van de vraagzijde uitgegaan. Het belangrijkste argument hiervoor is dat een vraaggericht concept geacht wordt meer mogelijkheden te bieden voor vernieuwing bij een woonconcept als hulpmiddel voor het inspelen op een veranderende behoefte.In de literatuur zijn er meerdere methoden voorhanden om tot een configuratie van woonkarakteristieken te komen. In dit rapport is hiervan een aantal geanalyseerd op hun toepasbaarheid. De meest geschikte methode is "pleasure based engineering" van Jordan. Deze methode is echter gericht op consumentenproducten, waardoor deze in dit rapport vertaald is naar volkshuisvesting. De vertaling van deze methode is het denkkader dat gebruikt wordt om woonconcepten te ontwikkelen.De methode gaat uit van een perceptie/ profiel van een klant op basis van een viertal groepen karakteristieken: fysiek, sociologisch, psychologisch en ideologisch. Op basis van deze karakteristieken wordt vastgesteld hoe deze klant woonactiviteiten zou uitvoeren, wat in de methode de gebruikscontext heet. Deze karakteristieken en de gebruikscontext worden vervolgens vertaald in voordelen die wonen op moet leveren voor deze specifieke doelgroep. Deze voordelen worden vervolgens vertaald in ervaringseigenschappen (het abstracte concept), die op hun beurt vertaald worden in formele eigenschappen (het concrete concept).Indien de methode toegepast wordt op twee cases dan valt een aantal zaken op. Het opstellen van woonconcepten voor een bepaalde doelgroep kan nieuwe inzichten opleveren. Er kleeft echter een aantal nadelen aan de methode. De uitkomst is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de input (de beschrijving van de klant) en de capaciteiten van de gebruiker van de methode. Binnen WOONBEDRIJF is weinig gestructureerde kennis van de klant beschikbaar. De gebruiker van de methode moet ervoor waken om niet te vervallen in de gebaande paden en moet abstract kunnen denken. Zolang de methode gebruikt wordt binnen WOONBEDRIJF om na te denken over hoe op veranderingen in de behoefte ingesprongen kan worden, dan is de methode in grote lijnen geschikt. Wordt de methode echter gebruikt om een concreet product te ontwikkelen, dan volgen additionele eisen. De belangrijkste aanpassing wordt veroorzaakt doordat de klant niet betrokken wordt in de methode. Daarom is het noodzakelijk om de uitkomst te valideren, of de kwaliteit van het profiel van de doelgroep te verbeteren.
Original languageDutch
QualificationDoctor of Philosophy
Awarding Institution
Award date1 Jan 2006
Place of PublicationEindhoven
Publisher
Print ISBNs90-444-0583-7, 978-90-444-0583-5
Publication statusPublished - 2006

Cite this